Verklarende woordenlijst



ARBEITSREFERENT: Duitser die er op de arbeidsbureaus voor moest zorgen dat Nederlandse mannen en vrouwen in Duitsland gingen werken. Op het Leeuwarder arbeidsbureau was dat Hendriock.

AUSWEIS: Door of namens Duitsers afgegeven bewijsje dat houder ervan ergens naar toe mocht reizen of van bepaalde werkzaamheden vrijgesteld was.

B17, Vliegtuig, producent Boeing, type 17, bommentransport en afwerpen.

BAILEYBRUG: Tijdens de oorlog in Engeland ontworpen uitneembare brug.

BAZOOKA: Draagbaar Amerikaans antitankwapen voor infanteristen.

BEAUFTRAGTE: Hoogste burgerlijke autoriteit van Duitsers in de Nederlandse provincies. In Friesland was dit Werner Ross. Verder ook toezichthouder namens de bezetter bij allerlei Nederlandse instanties.

Bombraid, een aanval met bommenwerpers.

BRENGUN: Machinegeweer van licht kaliber, gebruikt bij de Canadezen.

BRENGUN CARRIER: Militair rupsvoertuig, bewapend met een licht machinegeweer. Werd veel gebruikt voor militaire verkenningen. Nogal eens verward met tank.

BS: Binnenlandse Strijdkrachten (Eigenlijk Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten; de N is al spoedig vervallen wegens de verwarring met de NSB). In september 1944 voortgekomen uit de erkende ondergrondse organisaties KP (Knokploegen), OD (Orde Dienst) en RVV (Raad van Verzet). Leden van de BS waren tijdens en na de bevrijding te herkennen aan hun blauwe overalls en oranje armbanden.

COMMANDO: Vrijwilliger, opgeleid voor acties achter de vijandelijke linies. In Friesland vooral ingezet als wapeninstructeurs bij de BS.

DISTRICT: De Binnenlandse Strijdkrachten in Friesland waren aanvankelijk ingedeeld in tien districten. Later werden de Waddeneilanden het elfde district. In elk district was er een districts-commandant (‘DIC’) en een districtsoperatieleider (‘DOL’).

DIVISIE: Militaire eenheid met een sterkte van 10.000 of meer militairen onder commando van -gewoonlijk- een generaal-majoor.

DROPPEN: Het uit geallieerde vliegtuigen afwerpen van mensen, wapens en radiozendapparatuur.

EVACUE: Iemand die door de oorlogsomstandigheden moet verhuizen.

FELDGENDARMERIE: Duitse militaire politie.

FLAK,luchtafweergeschut om jagers en bommenwerpers neer te halen.

FUNKSTELLE: Duits militair radiostation.

GEALLIEERDEN: De landen die tijdens de Tweede Wereldoorlog samen tegen Duitsland en Italië en Japan streden. In West-Europa vooral gebruikt voor Engelsen, Amerikanen, Canadezen en Polen.

GRÜNE POLIZEI: Andere term voor de Duitse Ordnungspolizei die groene uniformen droeg.

HANDGRANAAT: Met de hand geworpen explosief. De geallieerden gebruikten in Friesland een handgranaat die de vorm van een ei had, de Duitse handgranaten met een steel.

HAUPSTURMFÜHRER: Officiersrang bij SS en SD, gelijk te stellen met kapitein.

KIA, Killed In Action.

KOERIER(STER): Bracht tijdens de bezetting geheime berichten aan, vooral verzetsgroepen over.

KUSSIEBANDEN: Massieve fietsbanden, doorgaans gemaakt van oude autobanden. Van ‘cushionbanden’.

LANDWACHTERS: In november 1943 opgerichte hulppolitie, waarvan de leden hoofdzakelijk NSB’ers waren. De Landwachters waren bewapend met jachtgeweren. Vandaar hun scheldnaam Jan Hagel.

LAZARET: Hospitaal, veldhospitaal van Duitsers.

LEGERKORPS: Militaire eenheid, gewoonlijk bestaande uit twee divisies, onder bevel van een luitenant-generaal.

MAUER MUUR: Betonnen versperring op de toegangswegen naar grotere plaatsen.

MIA, Missed In Action.

NSB: Nationaal Socialistische Beweging. In 1931 door Anton Mussert en Cornelis van Geelkerken opgerichte politieke partij. De NSB stond aan de kant van de Duitse bezetter. Sinds 1941 was het de enige politieke partij die door de Duitsers was toegelaten.

NSKK: Nationalsozialistisches Kraftfahrerkorps. Duitse transportorganisatie waarvan veel Nederlanders deel uit maakten.

OBERSCHARFÜHRER: Onderofficiersrang bij SS en SD, gelijk te stellen met sergeant-majoor.

ONDERDUIKERS: Mensen die zich schuilhielden voor de Duitsers. De meeste onderduikers waren jonge mannen die zich zo wilden onttrekken aan de ‘Arbeitseinsatz’, het gedwongen werken in Duitsland.

ORTSKOMMANDANT: Duitse militaire bevelhebber in grotere plaatsen.

PANTZERFAUST: Draagbaar Duits antitankwapen voor infanterie.

POD: Politieke Opsporingsdienst. Naoorlogse instelling die leden van NSB moest opsporen en ondervragen.

REXISTEN: Belgische leden van de SD die in 1944 naar onder meer naar Friesland kwamen. De naam is afgeleid van de al voor de oorlog opgerichte rechtse politieke beweging Christus Rex (Christus koning) van Leon Degrelle.

SD: Sicherheitsdienst. Geheime inlichtingendienst van de Duitse bezetter. Maakte veel gebruik van Nederlandse hulpkrachten en richtte zich vooral op de illegaliteit.

SECTIE: De districten van de BS waren elk onderverdeeld in verschillende secties, met taken als inlichtingen en sabotage.

SS: Schutzstaffel. Aanvankelijk de lijfwacht van de Duitse ‘Führer’ Adolf Hitler. Later belast met de bewaking van de concentratiekampen. Uit de SS kwam de Waffen-SS voort, de militaire ‘tak’, die qua organisatie los stond van de rest van de Duitse Wehrmacht. Ongeveer 25.000 Nederlanders traden tijdens de oorlog vrijwillig toe tot deWaffen-SS.

STENGUN: In Engeland ontworpen machinepistool. Onnauwkeurig wapen dat gemakkelijk afging en zo nogal eens ongelukken veroorzaakte.

TANK: Zwaar militair voertuig op rupsbanden, bewapend met kanon en een of meer mitrailleurs. Canadezen in Friesland maakten gebruik van de Shermantank.

Targets of Opportunity, gelegenheidsdoelen.

V-1, V-2: Vergeldingswapen van de Duitsers. De V-1 was een onbemand vliegtuigje dat een lading springstof vervoerde, de V-2 zijn in de herfst van 1944 enige weken vanuit Gaasterland gelanceerd.

VEEMGERICHT: Door de illegaliteit tijdens de bezetting ingestelde rechtbank die moest oordelen over de straffen voor met name collaborateurs.

VERTRAUENSMANN: (ook wel V-Mann). Meestal Nederlandse handlanger van de Duitsers die wist te infiltreren in het verzet.

VERZET: Andere naam voor Ondergrondse, illegaliteit en, later voor BS. Verzamelnaam voor alle vormen van verzet tegen de Duitse bezetters.

VLAMMENWERPER: Door infanterist of op voertuigen meegevoerd wapen dat gebruikt werd om de tegenstander met brandende vloeistof uit te schakelen. Bereik ongeveer 40 meter.

WEHRMACHT: Verzamelnaam voor Duitse marine (‘Kriegsmarine’), leger en luchtmacht (‘Luftwaffe’).

WIA, Wounded In Action.


Last update: 30-06-2007 by www.herdenking.nl