Vrede gaat over in oorlog.
In het huis van Opa en Oma Pool, Lucas en Berendje, aan de kanaaldijk langs de Lutter Hoofdwijk, woonden op een zeker moment 11 mensen. Mijn herinneringen aan deze kleine woning zijn zodanig, dat het echt heel krap moet zijn geweest.
Herinneringen van het kleine jongetje aan de stationstraat,
Als leeuwen vochten ze, onze jongens op die 10 mei 's morgens.
Als de mortierbeschieting begint is de hel pas goed losgebroken. De eerste projectiele vallen nog op afstand,
maar dan steeds dichterbij: in het wieland westelijk van de bunker, op de weg naar Steenwijksmoer en in de
aangrenzende sloot. In het inferno van lawaai, vuur en rook vliegen kluiten modder en stukken asfalt door de lucht en vallen op de bunker. Het lijkt erop dat de mannen nu weinig kans hebben de strijd te overleven. Eén voltreffer van deze zware wapens en het zal afgelopen zijn."Wat hebben we in angst gezeten," zegt Vugteveen later. "We zagen hoe kalveren in de wei werden getroffen door de exploderende granaten." Dit is de wei waarin ook Lucas Pool zijn koeien had lopen, waarvan een getroffen werd in een uier waar Lucas kort daarvoor nog melk uit had gemolken.
Urenlang hebben ze stand kunnen houden, Sergeant Klaas van der Baren,Sipke Beetstra, Martinus Vugteveen, Bareld
Schuiling met hun beperkte vuurkracht. Albert Blok, Derk Pieterman, Gerrit Brink, De Jager, Jan Cazemier en Jan Hut zaten in andere stellingen langs het kanaal.
Aan het Almelose kanaal worden op lafhartige wijze de soldaten Jitse Veenstra en Bernardus Drenth vermoord.
Als de Duitsers bij de brug van Noppers zijn aangekomen,naderen op enige afstand twee Hollandse soldaten.
Het zijn Drenth en Veenstra. Ze zien de Duitser kennelijk aan voor landgenoten, want ze fietsen maar gewoon
door. als de twee tot op 450 meter zijn genaderd openen de zware mitrailleurs het vuur.
Drenth wordt meteen gedood, Veenstra fietst eerst weer terug in de richting van de stad, maar wordt bij de boerderij
van Beenen eveneens dodelijk getroffen. De Duitsers laten de lichamen liggen, maar laten niet na de horloges van de
beide ongelukkigen af te nemen. Van hun laffe optreden mag de buitenwereld niets te weten komen. Daarom wordt in het
gevechtsrapport het gebeurde tot een heldendaad omgetoverd:"Na overschrijding van de middelste brug door het
1ste eskadron kreeg de spits mittrailleurvuur. De vijandelijke tegenstand wordt spoedig gebroken, enige Hollanders
sneuvelden of werden gewond."
Nederland is in oorlog, Duitse troepen vallen op diverse plaatsen ons land binnen.
Een recente reconstructie – het meisje overleefde haar verwonding – wees uit dat de kogel wel degelijk uit een Duitsgeweer kwam.
1940
Nederland in Oorlog.
Het was 1939, toen Wiecher, de broer van Jan Pool, al was opgeroepen voor mobilisatie vlakbij Apeldoorn, er werden maatregelen getroffen voor de eventueel oprukkende Duitsers. Er waren ronde betonnen bakken neergezet bij de brug van Goseling, de brug tussen het Klooster en de Nieuwe Dijk naar Boven Steenwijksmoer en de Nieuwe Krim. Uit de met beton gevulde bakken staken grote stalen palen, die eventuele tanks en andere voertuigen moesten tegenhouden. In de maand november werd Luxia, de nicht van Hendrik Jan geboren, Ome Wiecher en tante Rika woonden op een steenworp afstand, richting de Krim, van het huisje van Opa en Oma Pool.

Lucas en Berendje Pool woonden bij Tramhalte de Scheere, nabij de brug van Goselink.
Het bleef rustig in 1939, de winter ging voorbij en Lucas, opa, ging iedere morgen in het stukje weiland in "de Polder" zijn koeien melken,hij had er een paar, een stuk of drie, vier. Het was 10 mei 's morgens, heel vroeg, het schemerde nog.
Lucas zat aan de uiers te trekken, de stralen melk ruisden langs de binnenkant van de zinken emmer.
Plotseling stopte hij zijn handwerk om te luisteren naar een vreemd geluid aan de andere kant van het kanaal,
een paar honderd meter verderop richting de brug van Goselink.
Het was of hij het gekletter van paardehoeven hoorde. Nog eens luisteren, hoe kan dat? Lucas vroeg zich af wat er aan de hand was
en liep naar zijn huisje aan de kanaaldijk door het natte gras. "Berendje, heb je het ook gehoord?", vroeg Lucas aan zijn
vrouw.
Toen Berendje ontkennend antwoordde legde Lucas uit dat het geluid van hoefgetrappel van veel paarden hem had bereikt.
"Dan is het oorlog, Lucas!". De beiden keken elkaar ernstig aan en de eerste geluiden van schoten bereikten hen.

Een tekening van de aanval van de Duitsers op het mitrailleursnest bij de brug van Goselink 10-5-1940.
tekening: B. van der Weide.
Op de klompen ging Lucas als een speer naar zijn koe in het weiland om zijn emmer melk op te halen, aangekomen bleek dat de Duitsers dwars door een uier van zijn koe hadden geschoten. Precies op de plek waar Lucas een half uur geleden zat te melken.
Wit om zijn neus, maakte hij rechtsomkeert naar het oude kleine huisje. "Die lange morgen in mei" begon, er is een grote strijd geleverd rondom deze plek in Coevorden.
Herman Brand.

In ons huis aan de Stationsstraat word ik in het diepst van mijn slaap door mijn moeder wakker gemaakt.
Vader is de vorige dag naar Friesland gegaan om daar hooibouwwerktuigen te gaan kopen, de toestand was toen immers weer wat minder gespannen geweest?
"D'r uut komn!", zegt moeder met opgewonden stem, "'t is oorlog!"Ik ben meteen klaar wakker.Wat begrijpt een 9-jarige van oorlog, je kunt het maar beter ook niet proberen. Mijn eerste reactie is: gelukkig dat het gister niet is begonnen!
Donderdag is immers op school onze vrije dag!Mijn nieuwsgierigheid wint het in eerste instantie nog van angst.
Nu is het dan eindelijk zover, denk ik, na een jarenlang gepraat van de grote mensen over oorlog zal ik eindelijk eens meemaken wat het is.
Mijn zuster is allang aangekleed, nota bene in haar zondagse kleren! Het ontzagwekkende van de oorlog wordt me even later duidelijk als moeder me voor het raam met trillende handen staat te wassen.Ik kijk naaar de met nevels bedekte weilanden van de Holwerd als opeens een geweldige dreun, die de hele wereld dooreen schudt,
hoorbaar en voelbaar wordt.
In de kamer vallen voorwerpen om.Snel gaan we van het raam weg."Er vliegt een brug de lucht in" zegt moeder.
Later volgen nog meer doffe dreunen.Binnen een straal van 10 kilometer om Coevorden worden een twintigtal bruggen vernield.
Samen met het geluid van overvliegende vliegtuigen accentueren ze dat de oorlog nu echt is begonnen.Soms bleven de geluiden uit.Buiten is het dan onwezelijk stil, nog stiller dan anders lijkt het wel.
Na enig nadenken heeft moeder daar een verklaring voor:"De vogels fluiten niet meer" zegt ze.
Zo heb ik mijn eerste kennismaking met de duitse inval beschreven in het boek "Die lange morgen in mei" dat eind april bij Booom in Meppel is uitgegeven, Welk een indruk deze schokkende gebeurtenissen bij de bewoners van de grensstreek hebben achtergelaten moge alleen al blijken uit het feit dat mijn pennevrucht in juli daaropvolgend al aan haar 4de druk toe was!
In het boek worden de militaire verrichtingen van beide kanten uitvoerig beschreven en ook de ervaringen van heel wat boeren en burgers uit de doeken gedaan.
Laat ik nu volstaan met wat aanvullende gegevens voorzover die op mij zelf betrekking hebben.
Voor mijzelf en mijn omgeving heb ik namelijk in het boek bewust een wat bescheiden plaats ingeruimd om niet de indruk te wekken dat ikzelf het middelpunt van het gebeuren was!
In werkelijkheid was ik dan ook niet meer dan een passieve getuige, 9 jaar oud, die net als vele anderen nooit met de mogelijkheid van een Duitse inval had gerekend.
Als klein kind al had ik de Duitsers en Duitsland leren kennen.We woonden niet ver van de grens, hadden famlilie in Uelsen(oom Marinus, tante Fenna en de nichtjes Deli en Gerhardine ) en mijn vader deed nogal wat zaken met Duitse fabrikanten die de landbouwwerktuigen vervaardigen die hij weer aan de man probeerde te brengen.
Ook maakten we uitstapjes met de auto naar slot Bentheim of wat verder weg naar Tecklenburg.
Met mijn neus tegen de autoruit gedukt had ik de duitsers goed bekeken en daarover ook al mijn mening gevormd.
Eerlijk gezegd vond ik ze wat achterlijk: overal zag je vrouwen op het land werken, ze trokken karretjes met hout voort en waren veelal in sombere, zwarte kledij gestoken.En dan al dat militaire gedoe, het gevaar "Hitler" waar zoveel over gesproken werd.Mijn vader wist met stelligheid te vertellen dat je best kon zien wat deze dictator van plan was en dat hield niet veel goeds in.
Ik vereenzelvigde Hitler ergens met de Duitse douanebeambten, het zou me niet verbaasd hebben als ik hem daar eens zou ontmoet hebben!Hij was in mijn naïeve geest ook degene die er nauwlettend op toezag dat er niet gesmokkeld werd.
Toen ik eens bij de familie in Uelsen op bezoek was en mijn nichtje in de winkel met een klant had geholpen en deze met een "Heil Hitler" de zaak verliet,rende ik geëmotioneerd naar de achterliggende huiskamer waar de hele familie bijeen was en riep:"Hitler was net in de winkel!" Een voor mij onbegrijpelijke gelach was de reactie.
Overigens had ik op deze vroege morgen van de 10de mei 1940 de stellige overtuiging dat Hitler de oorlog nooit zou kunnen winnen.Hij ging immers nooit naar de kerk, zelfs nog niet een keertje op de zondag!Had dominee Uijtenhoudt bovendien pas ook nog niet gezegd:"wie het zwaard trekt zal door het zwaard vergaan"?
Dat stond in de bijbel en was natuurlijk voor 100 procent waar.
In de toenemende onzekerheid en spanning wachtten we de eerste minuten van de oorlog af.Uit alle richtingen kwamen de doffe dreunen van bruggen die werden vernield, miltrailleursalvo's weerklonken en steeds was de lucht vol van het geluid van overvliegende vliegtuigen.Het duurde niet lang of ook Albert Holthuis en tante Roelofje kwamen op de fiets bij ons aan, in gezelschap van een wat jonger echtpaar dat op de Gramsbergerstraat woonde en dat een klein kindje bij zich had.Oom Albert was brugwachter van de spoorbrug over het Coevorderkanaal, hij zorgde ervoor dat de Duitse treinen die tussen Coevorden en Bentheim reden veilig de brug konden passeren.

De Bentheimerbrug werd aan de vooravond van de Duitse inval opgeblazen door de Nederlanders.
Als de trein erover was ging de brug weer open opdat de schepen weer konden doorvaren.Vie een houten loopwerk
kwam hij dan weer aan wal. Ik mocht altijd met hem mee de brug op en keek dan geboeid toe hoe hij tweemaal aan een slinger moest draaien en eenmaal om die in verticale zin te lichten of te laten zakkken.De directe chef van oom Albert was de "Bahnmeister".
Hij woonde in Neuenhaus en kwam zo nu en dan op inspectie.Ik vond hem teveel Duitser om het te kunnen vertrouwen, volgens mij kende hij Hitler ook!
Maandenlang al had ik bij mijn familie de activiteiten van de daar gelegerde soldaten bekeken.Die waren bij tante kind aan huis, ze kende ze allemaal bij naam en leefde in het persoonlijke vlak met hen mee.Eens mocht ik een kijkje nemen in de kazemat daar en ik stelde me voor hoe vandaaruit mogelijk op de vijand geschoten zou moeten worden.
Een sinistere indruk bleef bij mij achter:dat donkere hol van koud beton met die kleine openingen waardoor de dood zich kon aandienen.
"Die arme jongens" zei tante nadat de familie bij ons was aangekomen.Aan het kanaal werd behoorlijk gevochten.
Bovendien was ze vol zorg over haar zoon Herman die als luitenant in Hoorn lag.
Dan komt het blokhoofd Lang en zegt dat we onmiddelijk naar Dalen moeten uitwijken.
We hebben net wat gegeten, ik heb echter niet meer dan een kop thee door mijn keel kunnen krijgen.
Snel pak ik mijn Union-kinderfiets uit de schuur, getooitd met een rood-wit-blauw vlaggetje.
Even later voegen we ons in de vluchtelingenstroom van voetgangers, fietsers en mensen die een handkar voortdrukken.
Een meisje heeft al haar bezit aan jurken over het stuur van haar fiets gegooid.We hebben het gevoel dat we de
veilige kant opgaan, vooral als op dat moment - het lijkt van heel dichtbij te komen- het geluid van mitrailleurvuur ons doet
opschrikken.Iemand zegt dat het van de brug van Goselink moet komen.
We gaan over de overweg, maar kunnen dan niet verder vanwege de wegversperring die daar is gemaakt.We gaan terug, een eindje langs de spoorbaan en dan via het zandweggetje langs de boerderij van Bosman weer naar de verharde weg.Wat me van deze vlucht altijd zal bijblijven is het beeld van een klein kindje dat in een fietstas wordt meegevoerd!
Tegen half zes komen we in Dalen aan en gaan naar ons adres: de familie Eschendal aan de Schoolstraat.Mijn moeder kent ze wel, ik geloof omdat ze ook iets met haar geboorteplaats - Gramsbergen - te maken hebben.
We zijn blij dat we het "gevaarlijke Coevorden" hebben verlaten en voelen ons best thuis bij deze gastvrije mensen die al gauw koffie en brood voor ons hebben klaar gezet.
We zijn Coevorden ontvlucht om een mogelijke strijd te ontlopen.De stad is echter al in duitse handen als een grote troepenmacht van de vijand Dalen nadert.Het is de 2de afdeling van het Reiterregiment 1 dat niet lang daarna drie kilometer ten noordwesten van het dorp de strijd zal aanbinden tegen het peloton van luitenant De Vroome bij de Oosterhesselerbrug, een strijd die ons op enige afstand het geweld van de oorlog deed ervaren.
Sinds wij vanuit Coevorden in Dalen zijn aangekomen is er in de straat niets bijzonders voorgevallen.We hebben eigenlijk ook niet anders verwacht, we zijn hier immers gekomen om het oorlogsgeweld te ontvluchten?
Wel hebben we om zeven uur de explosies van de bruggen langs de Verlengde Hoogeveensevaart gehoord en weer wat later het geratel van mitrailleurs uit dezelfde richting. Zijn de duitsers al het dorp gepasseerd zonder dat wij het gemerkt hebben en zijn wij al bezet gebied?
Ik mag achter de boerderij op het erf gaan spelen als ik beloof niet op straat te gaan, waaraan ik me gezien
de omstandigheden zorgvuldig aan hou. Met een hooivork kras ik paden in het harde zand en maak er een doolhof van, net als in de dierentuin in Emmen.
Ik ben er van overtuigd dat Holland het wel zal winnen: op school zijn de gevechtskwaliteiten van onze G-1 in gesprekken met vriendjes steeds breed uitgemeten en we hebben immers de waterlinie en de Koningin ook nog?
Dan zit ik weer in de kamer, want mening van de grote mensen mag ik nu toch ook niet missen.Dan komt opeens de boer, die zo nu en dan de straat is opgegaan en met de buren heeft gepraat, de kamer binnen en roept: "Ze komen er aan!"
Niemand hoeft te vragen wie "ze" zijn."Wees maar niet bang" zegt iemand tegen mij "er zijn hier immers geen Hollandse soldaten ze gaan niet vechten." Vanaf dat ogenblik lijkt de strijd wel stil te staan. Een langzaam sterker wordend geluid van paardegetrappel op de straatklinkers uit de richting van de weg naar Emmen, kondigt de komst van de vijand aan.
Iedereen blijft stil op zijn stoel zitten, al wil men niet onnodig aandacht trekken.Gespannen tussen de geraniums van het rechterraam spiedend zie ik hem komen, een vooroprijdende Duitse ruiter op een paard.
Hij heeft een pistool in de hand dat hij beurtelings op de huizen links en rechts van de straat richt.
Het is een man met een dik hoofd en een blozend gezicht, met een vreemde helm op die ik nog niet eerder heb gezien.
Zijn ogen die steeds de omgeving verkennen komen er maar net onderuit.Tot mijn schrik houdt de ruiter precies voor de inrit van onze boerderij halt.Achter hem komen ontelbaar meer soldaten te paard, enkele rijen dik, ze hbben een geweer kruiselings voor de borst.Het is een demonstratie van absolute macht, die een vreemd gevoel van onoverwonnenheid oproept.
Twee ruiters van de totstilstand gekomen colonne zijn afgestegen, lopen ze het erf op en verdwijnen uit ons gezichtsveld achter de boerderij.Ik ben er niet gerust op!De heer des huizes heeft ondertussen de achterdeur al geopend;in de kamer horen we een kort en bits bevel schreeuwen:"Wasser!"Nu ik weet wat ze willen ben ik wat gerustgesteld.
Emmers worden tevoorschijn gehaald en het piepende geluid van de pomp vertelt dat het bevel wordt opgevolgd.
Het voltrekt zich in een hoog tempo, de Duitsers hebben kennelijk haast.
Behoedzaam gaan wij een kijkje achter het huis nemen.De ruiters zijn bijzonder spraakzaam, ze hebben hun helmen afgezet en strijken door hun bezwete haren.Opeens zien ze er niet meer zo angstaanjagend uit, een strijkt over mijn haar en lacht.
"Holland is heel anders dan Polen"zei hij, "daar schoten vrouwen en kinderen!""Holland is een fijn land!" roept een ander uit op een toon alsof hij een reactie op zijn liefdesverklaring verwacht.Er is echter niemand die antwoordt.
Als de laatste schoten vanaf de Oosterhesselerbrug tot in Dalen hebben doorklonken gaat langzamerhand de grote stoet vluchtelingen weer terug naar Coevorden.De zon geeft op deze stralende morgen al zoveel warmte af dat je eigenlijk geen overjas meer aan behoeft te hebben.
Overal komen de mensen bekenden tegen en de onzekerheid over wat er verder in Coevorden is voorgevallen vormt het gespreksthema. Gelaten horen we aan hoe een man met stellige zkerheid weet te vertellen, (hij heeft net iemand gesproken die er vandaan kwam!), dat in de stad niet één steen meer op de andere staat. We zien het beeld voor ons, een vreemd contrast met het vredige Dalen dat er nu weer uitziet zoals het altijd is geweest.
Toen kwamen we bij het huis van de familie Zwiers op de hoek van de Oude Coevorderweg en de grote weg, waar vader en moeder vroeger korte tijd hebben gewoond, waar ik het levenslicht zag en waar we steeds nog bij "Oom en Tantie" gingenlogeren.
Langs de weg daar stonden onze achterburen, het echtpaar Van Zuiden.Het zijn joden en ze kijken heel bedrukt.
Even spreken we met hen.De vrouw laat haar tranen de vrije loop."Nu is het met ons gedaan," zegt ze, "we weten heel goed wat de Duitsers met ons van plan zijn, hier komen we niet door heen."Moeder zegt troostend dat het misschien nog wel mee zal vallen.
"Nee,nee!" zegt onze buurvrouw zeer beslist,"het is met ons gedaan.
"Als kind vind ik dat deze aardige mensen geen enkele reden behoeven om zo bang te zijn.
Ik ben het voorval dan ook gauw vergeten, maar moet er lang nadien nog vaak aan terug denken nadat de sinistere voorspelling toch blijkt te zijn uitgekomen.
Gelukkig blijkt Coevorden er nog bijna helemaal te staan, alleen in de omgeving van de vernielde bruggen zijn huizen beschadigd.Als getuigen van de overhaaste vlucht eerder op deze morgen, het lijkt wel een eeuwigheid geleden,blijken bij ons thuis de radio en het elektrische kookapparaat nog aan te staan.'s Middags komt vader thuis.
Hij is vanuit Friesland tot in Gees gekomen, heeft daar bij een boer in de gevechten in die omgeving afgewacht,
zijn auto in het bos verstopt en is op een fiets naar Coevorden gereden.
Als ik de stad in wil gaan om poolshoogte te nemen geeft hij mij de raad om vooral niets tegen de Duitse soldaten te zeggen.
Nieuwsgierig maar behoedzaam ging ik de stad verkennen, een stad die opeens heel anders leek nu er overal duitsers rondliepen waarvan we niet wisten wat die precies van zins waren.
Ik sprak mijn vriend Wim van der Graaf en hoorde hoe hij ternauwernood aan de dood was ontsnapt: een granaat was op hun huis aan de Markt gevallen en een scherf was tot vlak bij het bed doorgedrongen waarin hij lag te slapen.
Onze buren Lukkien (Stationstraat 47) hadden eigenlijk naar Dalerveen moeten vluchten, maar Bob had juist
de vorige dag zijn voeten verbrand en kon niet goed lopen, waarom men maar was thuisgebleven.
Zo hoorde je van iedereen de ervaringen.het leven was opeens totaal veranderd.Niet zozeer van buiten, maar wel voelde je,ook als kind, dat deze onwezelijke dag in mei het begin was van een nieuw tijdperk waarin onzekerheid en angst het dagelijkse leven zouden beheersen.Deze dag, waarop de uiterlijke tekenen van nieuw leven, de ontluikende natuur, waren samengegaan met die van de dood, zoals het vervoer van de doden van de strijd, zou het begin zijn van een periode van voortdurende verschrikking, voor de bezetters die jouw of jouw familie gevangen kon nemen en voor de gewelddadigheden die onverhoeds vanuit de lucht konden komen.Maar ook heb ik steeds vanaf dit schokkende begin het vaste vertrouwen gehad dat eenmaal het oude Nederland weer zou terugkeren.Waarom?
Dat is moeilijk te zeggen.Waarschijnlijk deed toch de bijbeltekst van de dominee Uijtenhoudt mij dit geloven:Wie het zwaard trekt, zal door het zwaard vergaan.

Vanuit de bunker bij de brug van Goselink hadden de militairen een beperkt zicht op de vijand.
Onze jongens vochten als leeuwen

Bareld Schuiling bij de barak Krimbrug in Coevorden in 1940.
Naast geweermunitie, hadden ze maar vijf trommels met elk 220 patronen beschikbaar, zodat gemiddeld minder dan één kogel per minuut kan worden afgevuurd. Haarfijn zijn alle details van de urenlange strijd verwoord in het prachtige boek van wijlen ir. Herman Brand.
Zeker zestig Duitsers sneuvelden en tientallen werden gewond tijdens het onophoudelijke mitrailleurvuur vanuit
de stelling achter het noordelijke gedeelte van de kanaaldijk.

De brug van Goselink richting Nieuwe Krim, de Duitsers na het urenlange gevecht steken het kanaal over.
Een levend schild.
Als de eerste oorlogsgeluiden weerklinken rond de brug van Goselink, pakken Gina en haar zusje Anna Nijenhuis,
dochters van Ab Nijenhuis, die de brug twee kilometer verderop richting Coevorden bedient, snel hun fietsen en rijden langs het kanaal richting brugwachter Goselink. Anna riep dat hun fiets een klapband had. Het was geen klapband, de Duitsers schoten op ons. De meisjes kwamen niet verder dan het huisje van Hilbink, ongeveer halverwege. Met een daverende slag werd de brug van Goselink opgeblazen. Vier Nederlandse militairen hielden in hun stelling urenlang de Duitse opmars tegen, ze zaten in een bouwsel van planken en aarde, met wat graszoden erop en afgeschermde schietgaten. De Duitsers probeerden via de andere bruggen, van Kerssies en Nijenhuis, de overkant van het kanaal te bereiken en zwermden inmiddels uit over de weilanden langs de weg naar Steenwijksmoer.
In het huisje van Hilbink lagen de mensen plat op de vloer. De kogels vlogen hen om de oren. In de stal sneuvelde een koe. Opeens waren er allemaal Duitsers in het huisje, Gina en haar zusje Anna moesten op de dijk gaan staan. De Duitsers dwongen de meisjes voor hen uit in de richting van de stelling bij de brug van Goselink te lopen,waar de Hollandse soldaten nog steeds stand hielden. Er kwamen wel tweehonderd Duitse soldaten achter ons aan.
Zo gingen de meisjes op de stelling van de dappere soldaten af. De spanning was ondraaglijk. Ze liepen rustig en Gina is er nooit achtergekomen hoe het kon gebeuren, maar plotseling werd er enorm geschoten.
Gina voelde een klap in haar rug, ze was geraakt door een Duitse kogel.

Regina Nijenhuis, gewond geraakt door een Duitse kogel
tijdens de inval van de Duitsers.
Ze bloedde erg maar moest doorlopen van de Duitsers. Ze waren dronken en zagen niet eens dat het meisje een schotwond had.
Gina kon haast niet meer.Toen kwamen er enkele hoge officieren bij, die zeiden dat ze moest gaan liggen en raakte vervolgens bewusteloos.

Dankadvertentie van 15 juni 1940
Op een ladder hebben ze Gina naar het Aleida Kramer ziekenhuis in Coevorden gebracht met een oude schuit over het kanaal.De hele oorlog heeft Gina nog veel last van de wond gehad, nog twee keer is ze opgenomen geweest in het ziekenhuis omdat de wond niet goed heelde.
Het eigen verhaal van Gina Nijenhuis
Zoiets kan je nooit uit je herinnering bannen
Gina Nijenhuis was levend schild voor binnenrukkende Duitsers
De Telegraaf 3 mei 1980, door Jos van Noord.
“Nog steeds slaap ik zeer moeilijk. Altijd tabletten. Nee, ik geloof niet dat je zoiets helemaal uit je herinnering kunt verbannen. Als ik mensen Duits hoor praten , slaat de angst mij weer om het hart”.
Gina Nijenhuis uit Steenwijksmoer bij Coevorden herinnert zich de tiende mei 1940 nog als de dag van gisteren. Als 17-jarig meisje werd Gina -de dochter van de brugwachter van de Lutterhoofdwijk tussen De Krim en Coevorden- als een levend schild gebruikt door de binnenrukkende Duitsers. Gina werd daarbij door een kogel in de rug getroffen. Ik sukkel er nog steeds mee”, zei ze ons deze week in haar huisje in Steenwijksmoer.
"Die lange morgen in mei" In het oorlogsboek “Die lange morgen in mei” (De Telegraaf 19 april 1980) waarin de Haagse hoofdambtenaar Herman Brand een minutieus verslag doet van de Duitse inval in Zuidoost-Drenthe, wordt ook de opmerkelijke geschiedenis Gina Nijenhuis onthuld. De strijd speelde eigenlijk rond de brug van Goselink, iets meer dan een kilometer afstand van de draaibrug van brugwachter Nijenhuis. Als de eerste oorlogsgeluiden weerklinken, pakken Gina en haar zusje snel hun fietsen en rijden langs het kanaal richting brugwachter Goselink. “Mijn zusje zei onderweg: Gina, knapt je band? Maar ik kon gewoon doorfietsen. Het was geen klapband, de Duitsers schoten op ons.
We kwamen niet verder dan het huisje van Hilbink, ongeveer halverwege”, aldus Gina, die nu mevrouw Nijland heet. Met een daverende slag werd de brug van Goselink opgeblazen. Vier Nederlandse militairen – later geridderd met het bronzen kruis- hielden vanuit hun primitieve stelling met machinegeweren de Duitse opmars urenlang tegen. Ze zaten in een bouwsel van planken en aarde, met wat graszoden erop en afgeschermde schietgaten.
Verrassing Toen de Duitsers in groten getale omstreeks vier uur in de ochtend bij de brug van Goselink arriveerden, was de verrassing compleet: zeker zestig Duitse soldaten sneuvelden en vele tientallen werden gewond door het onophoudelijke mitrailleurvuur vanuit de stelling achter de noordelijke dijk van het kanaal.
Ook de commandant van het Duitse verkenners-eskadron, Oberleutnant Graf zu Soles Wildenfels, werd door de vier Nederlandse schutters vanuit hun stelling gedood. Maar inmiddels waren de Duitsers een brug verder, die van vader Nijenhuis, overgetrokken en zwermden uit over de weiden aan weerszijden van de weg naar Steenwijksmoer.
In het huisje van Hilbink lagen de mensen plat op de vloer. De kogels floten hun om de oren. In de stal sneuvelde een koe.
Gina, nu: ”Opeens waren er overal in huis Duitse soldaten. Waar ze zo gauw vandaan kwamen wist ik niet, maar wij moesten opstaan. We werden naar buiten gedreven en moesten op de dijk gaan staan. De Duitsers dwongen ons toen om voor hen uit in de richting van die stelling te lopen, waar de Hollandse soldaten nog steeds stand hielden. Er kwamen wel tweehonderd Duitse soldaten achter ons aan.
Zo gingen we recht op de stelling van onze dappere soldaten af. De spanning was bijna ondraaglijk. We liepen rustig en ik ben er nooit achter gekomen hoe het kon gebeuren, maar plotseling werd er enorm geschoten. Ik voelde een klap in m’n rug. Ik was geraakt door een Duitse kogel. Ik bloedde erg, maar moest doorlopen van de Duitsers. Ze waren dronken en zagen niet eens dat ik een schotwond had. Ik kon haast niet meer. Toen kwamen er enkele hoge officieren bij en die zeiden dat ik moest gaan liggen. Ik raakte bewusteloos. Op een ladder hebben ze me enkele uren later naar het Aleida Kramer ziekenhuis in Coevorden gebracht met een oude schuit over het kanaal. De hele oorlog door heb ik er veel last van gehouden. Nog twee keer ben ik opgenomen in het ziekenhuis omdat de wond niet goed heelde.
Gillend wakker Eigenlijk ben ik er nooit overheen gekomen. Vooral in m’n gedachten niet. Die slapeloosheid is het ergste. Jarenlang durfde ik niet aan de deur te komen; ik schrok als er werd aangebeld. In het begin werd ik ‘s nachts nog wel eens gillend wakker, maar dat is gelukkig over.
Het is merkwaardig hoor zo’n gebeurtenis, waarvan je nooit had vermoed er zo persoonlijk in betrokken te raken, je hele leven lang zo’n stempel blijft drukken. Ik kan me ook verschrikkelijk goed voorstellen wat andere mensen nog steeds moeten doormaken, mensen die tijdens de bezetting nog veel erger hebben meegemaakt.
En waar was het allemaal goed voor? Zijn we er beter van geworden? We zijn nu vele jaren verder: overal in de wereld zijn oorlogen en conflicten. Dat zit me nog het meeste dwars.”
Lafhartige moorden.

Over de brug van Kerssies, ten westen van de brug van Goselink, rukken de Duitsers op naar Nieuwlande.
Aanvullende informatie over De morgen in mei 1940
middels een interview van de heer M. Vugteveen.
Zo ook in en om Coevorden.
Hier leest u het verhaal van vier dappere Nederlandse soldaten die ondanks hun beperkte middelen met veel moed de
Duitsers ernstig in hun opmars hebben vertraagd.
Martinus Vugteveen was er bij, die dag. Hij is geboren Nieuw-Amsterdammer, maakte deel uit van het groepje van vier soldaten dat tot het laatste ogenblik de stelling bij de krimbrug (bvdw:brug van Goseling) verdedigde tegen de Duitse storm.
Tien dagen na de val van Coevorden prijkt zijn foto, genomen op het moment van de overgave, in het Duitse blad “Die Woche”:
een ontredderd man, die de verschrikkingen van de laatste uren nog niet van zijn gezicht heeft kunnen wissen.
En dat in zekere zin, ook in zijn verdere leven nooit helemaal heeft kunnen doen.
Nog altijd jaagt het weerzien met de plek, waar hij zolang geleden het Bronzen Kruis verdiende, emoties door hem heen.
Nog steeds is hij niet uitgepraat over de gebeurtenissen van toen. En nog altijd wil, regelmatig, 's nachts de slaap niet komen. De erfenis van vier uur frontervaring.
Het is 9 mei 1940. “We wisten dat het zou beginnen. De dreiging hing bijna tastbaar in de lucht.
Een onwezenlijke stilte die als het ware bol stond van het gevaar” verteld Vugteveen.
Als lid van een sectie van twaalf infanteristen, onder aanvoering van sergeant Klaas van der Baaren, bemant hij de post krimbrug (bvdw:brug van Goseling). Ze behoren tot de 2e Compagnie van het eerste Grensbataljon. Kapitein Berenschot, die zijn hoofdkwartier in Coevorden heeft gevestigd, is hun compagniescommandant. De opdracht van Van der Baaren is: zodra de vijand nadert, onmiddellijk de brug opblazen. Als het kan 24 uur stand houden. Van der Baaren heeft zijn sectie verdeeld over twee stellingen. In het talud van de weg naar Nieuwe Krim, vlak bij de brug, is een mitrailleursnest uitgegraven.
Van der Baaren zelf zal het machinegeweer bedienen.
Hij wordt bijgestaan door de soldaten Vugteveen, Sipke Beetstra en Barend Schuiling.
Achter de mannen bevindt zich een tweede, open stelling. De rest van de sectie moet daarin, om rugdekkend vuur af te geven.Er zijn 1200 patronen beschikbaar.
Op 10 Mei komt de oorlog nog diezelfde nacht angstig dichtbij: Hollandse soldaten op de vlucht, vertellen dat de vijand de grens al over is en op Coevorden af marcheert.
Van der Baaren commandeert zijn manschappen de gevechtsstellingen in en probeert contact te krijgen met het hoofdkwartier in Coevorden. Tevergeefs: de lijn is continu bezet en Van der Baaren krijgt zijn kapitein niet te pakken.
Hij besluit voor alle zekerheid eerst de brug op te blazen. Dat elimineert het gevaar dat Duitse sluippatrouilles,die wel eens vlak achter de vluchtelingen aan kunnen komen, de brug onbeschadigd in handen krijgen.
Soldaat Blok brengt de explosieven tot ontploffing en met een daverende knal vliegt de krimbrug (bvdw:brug van Goseling) de lucht in.
Dat is meteen het einde van de brug; momenteel ligt er een vaste dam.
Blok vaart in een rubberbootje terug naar zijn kameraden. Het is dan half vier in de morgen.
Nog geen uur later doet sergeant Van der Baaren een verbijsterende ontdekking.
Het lang verwachte contact met het hoofdkwartier in Coevorden is eindelijk tot stand gekomen en uit de veldtelefoon komt krakend de mededeling dat kapitein Beerenschot er met zijn hele staf en al zijn manschappen vandoor is.
Toen had de bezetting van de krimbrug (bvdw:brug van Goseling) de eerste vijand al in het vizier gehad. Er rest slechts één conclusie:
de kapitein heeft in zijn haast om weg te komen, gewoon vergeten, ook de vooruitgeschoven posten te waarschuwen.
(Later bleek dat ook de bemanning van een bunker aan het Coevorderkanaal niet van de terugtocht op de hoogte was.
Zij leverden een kort maar hevig vuurgevecht met de Duitsers en gaven zich toen over).
Van der Baaren aarzelt lang met zijn beslissing. Hij heeft per slot van rekening orders stand te houden,
maar nu de chef er zo onverwacht tussen uit is gegaan, zijn de zaken er wel even anders komen te liggen. Hij besluit te blijven.
Martien Vugteveen heeft daar na al die jaren nog steeds een grenzeloze bewondering voor.
“Een monsterachtige vent. Hij was bang, net als wij allemaal, maar dat hebben wij nooit aan hem gemerkt”.
Het is niet alleen zijn koppige Friese bloed, of een wat overdreven kadaverdiscipline, die de sergeant de moeilijkste weg laat kiezen. Hij hoopt dat hij door stand te houden, het Hollandse leger bij Elim lang genoeg respijt geeft om zich ordelijk terug te trekken.
Bij de krimbrug (bvdw:brug van Goseling) vloeit het eerste (Duitse) bloed. Over de weg door de buurtschap ’t Klooster aan de overkant van het kanaal nadert een Duitse verkenner te paard. Een vreemde tegenstelling: de Duitse eenheden die op Coevorden aanrukken, zijn uitgerust met pantserwagens, maar ook met paarden, bereden door cavaleristen in “feldgrau”.
Dezelfde cavalerie overigens die een belangrijke rol speelde in de verovering van Polen.
Van der Baaren aarzelt niet en de Duitser tuimelt dodelijk getroffen van zijn paard.
In de tuin van de brugwachter Goseling heeft lange tijd ter gedachtenis aan de jonge adellijke luitenant Von Köckritz een ruwhouten kruis gestaan. Later werd het stoffelijke overschot overgebracht naar Duitsland.
De Duitsers zijn verrast door de tegenstand. De ruiterij stijgt af en onder dekking van de slootkanten langs de weg door ’t Klooster rukken tirailleurs op uit alle macht schietend.
Vanaf de overkant van het kanaal antwoordt gericht geweervuur, ondersteunend door de ratelende mitrailleur.
De Duitsers krijgen er ongenadig van langs. Steeds weer vallen er gaten in de gelederen. Tenslotte liggen ze onder de kanaaldijk. Verder komen ze vooralsnog niet.
“Tot aan het moment van het eerste vuurcontact hebben we eigenlijk nooit goed beseft in wat voor situatie we verzeild geraakt waren. Dat kwam pas toen de kogels links en rechts van ons insloegen. Ik had het zweet op mijn lichaam staan”.De kazemat van Van der Baaren is lastig gecamoufleerd en de Duitsers missen de juiste richting. De mannen in de open stelling zijn er beroerder aan toe. Zij hebben geen enkele beschutting en als de Duitsers ook nog de gevreesde mortieren inzetten houden ze het voor gezien. Ze trekken terug in de richting Nieuwlande. De verdediging van Coevorden is in handen van vier soldaten ……
De Duitsers zelf hielden de strijd bij de krimbrug (bvdw:brug van Goseling) van minuut tot minuut bij, getuige een verslag van Leo Leixner in zijn boek in zijn boek “Von Lemberg bis Bordeaux”, waarin de zegevierende opmars van de Duitse legers wordt beschreven. Leixner had een voorkeur voor gezwollen taalgebruik, terwijl hij het bovendien niet al te nauw met de waarheid nam.
Wel klinkt in zijn verslag oprechte bewondering voor de moed der Hollanders door. Zo tekende hij uit de mond van de paardenluitenant Graaf S. op: “De Hollander schiet goed, mijne heren. Beter dan de Pool”. En even verder: “De Nederlander heeft zich, waar hij zich te weer stelde, moedig gedragen.
De toestand van de vier werd onhoudbaar. De weg terug is definitief afgesneden, en de vijand is er in geslaagd,
het kanaal over te steken. Op een afstand van nog geen 25 meter wachten soldaten het laatste aanvalscommando af.
Als de munitie tot de laatste patroon verschoten is, geeft Van der Baaren de post over. Net op tijd; een Duitser staat op het punt een handgranaat naar binnen te gooien. De strijd om Coevorden is gestreden. Er heeft zich nog een onverkwikkelijk incident voorgedaan. Vugteveen noemt het “de eerste oorlogsmisdaad van Duitsers op bezet gebied”.
Ze hadden namelijk de bewoners van een huis verderop gedwongen tevoorschijn te komen en hen als levend schild in de richting van de zich hardnekkig verwerende landgenoten bij de brug gedreven. Een meisje, Regina Nijenhuis, liep daarbij een levensgevaarlijke schotwond op. Van der Baaren heeft ook na de oorlog lange tijd niet geweten of het schot van hem afkomstig was of van een Duitser.

Martinus Vugteveen tijdens zijn gevangenneming.
De sergeant en zijn vrienden hebben het overleefd. Achter elkaar, de handen boven het hoofd, zijn ze zojuist de
stelling uitgekropen. Overal liggen dode Duitsers. Voorzichtige herinneringen spreken van “enkele tientallen”, Van der Baaren heeft later verklaard dat het er minstens tachtig geweest moeten zijn. De Duitsers zelf hebben getracht het werkelijke aantal te bagatelliseren. Hoe dan ook: de vrachtrijder Bruins van ’t Klooster heeft met zijn paard en wagen overuren moeten draaien om alle gewonden en gesneuvelden weg te halen. De overwinnaars complimenteren de verliezers.
“Sie haben gut gekämpft. Sie haben geschossen wie ein Teufel”, zo staat ergens geschreven. Even later slaat de stemming om.
Een Duitse officier beschuldigt Van der Baaren van misbruik van de witte vlag. De vier gaan onverwijld achter slot en grendel en ze dreigen zonder veel omhaal voor het vuurpeloton geleid te worden. Dan voert de geschiedenis een nieuwe figuur ten tonele: de toenmalige burgemeester van Coevorden, Gautier. Vanaf een brug die een eind verder lag dan de krimbrug (bvdw:brug van Goseling) heeft hij precies kunnen volgen wat er in werkelijkheid aan de hand was. Bij de kazemat bevond zich indertijd het huis van een zekere Hoffmeier, Duitser van origine. Hij weigerde op bevel van Van der Baaren zijn woning te verlaten.
Hij bleef op eigen risico, maar toen hij in de verte zijn landslui zag naderen hing hij de witte vlag uit.
De Duitsers verkeerden daarop in de veronderstelling dat de Hollanders zich hadden overgegeven en kwamen uit hun dekking te voorschijn. Van der Baaren wist echter van die witte vlag niets af en opende het vuur.
Gautier slaagde erin de officier te overtuigen en Van der Baaren en zijn soldaten gingen in krijgsgevangenschap.
Niet voor lang overigens. De sergeant ging in het verzet en maakte een turbulente tijd mee. Later zou hij de Bronzen Leeuw krijgen. Hij woont nu in Canada. Martien Vugteveen keerde toen de oorlog bijna voorbij was terug naar Coevorden.Hij had de Duitsers er zien komen – hij zag ze er nu, volledig verslagen, weer wegtrekken.
De gebeurtenissen bij de krimbrug (bvdw:brug van Goseling) staan echter voorgoed in zijn herinnering gegrift.
“Ik heb de schrik in de benen gekregen en die is er nooit meer uitgegaan”.
(bron: (website)gemeentearchief/krantenartikel Nieuwsblad van het Noorden/11 november 1978/Jan Wierenga)
Last update: 03-01-2009 by www.herdenking.nl