Bernardus Drenth 1919 - 1940
Bernardus Drenth werd op lafhartige wijze vermoord door de Duitse invallers op 10-5-1940.

Bernardus Drenth.


De laffe moorden.

In Coevorden blijven de bruggen voorlopig nog intact. Na de beschieting (BvdW:granaataanval vanuit Duitse zijde op de vooravond van de inval) is kapitein Berenschot in afwachting van een mogelijke aanval op de stad. Om kwart over vier ook komt bij hem nog een andere melding binnen, van de douane in Nieuw-Schoonebeek. Is de vijand soms van plan om aan twee zijden om de stad heen te trekken en die in te sluiten?

Eerst moet hij meer te weten zien te komen van het verde verloop van de gevechtshandelingen bij het Coevorderkanaal. Via de telefoonlijn wordt dan geprobeerd contact op te nemen met sergeant Verhagen. Van de andere kant van de lijn komt echter geen antwoord. Dan moet er maar een patrouille gezonden worden. Luitenant Kuiper, bij de spoorbrug van Holthuis, geeft hij hiertoe opdracht. Deze wijst twee van zijn mannen aan. Langs het kanaal fietsen die even later in zuidelijke richting om de tocht van vier kilometer te maken. Het zijn de 20 jarige Bernardus Drenth, afkomstig uit Musselkanaal en de 21-jarige Jitse Veenstra uit de Wilp.

Slechts één Nederlandse soldaat is er nu nog bij de boerderij van Hamberg, aan de westzijde van het Afwateringskanaal; Harm van Stedum, die na de mijnen te hebben opgeruimd, met de Duitsers, die voor een deel een beschonken indruk maken en dat ook zijn, moet meelopen. De familie Hamberg, nog in nachtkleding, wordt door hen bevolen zich buiten op het erf op te stellen.

Rondom de boerderij zijn even later honderden paarden met ruiters, net als de zoon van Hamberg enkele uren eerder heeft gedroomd. Het eerste wat de commandant aan de boer vraagt is de telefoon op te nemen die in de barak onafgebroken ratelt. Als dat naar zijn zin niet vlug genoeg gebeurt neemt hijzelf de hoorn van de haak. Aan de andere kant klinkt een Hollandse stem; met een woedende ruk trekt hij daarop de hoorn van het toestel. Dan vertrekken de Duitsers, die in een voortdurende stroom over de beide bruggen zijn gekomen, in de richting van de stad. Volgens hun aanvalsplan zal het 1ste eskadron van Rittmeister Ens, versterkt met zware mittrailleurs van Juckel, vanuit het zuiden gaan aanvallen. Op dat moment weerklinkt er vanuit de stad een doffe dreun. Wordt de Bentheimerbrug gesprongen?

Graf Bernardus Drenth.


Het graf ligt op de begraafplaats van de Nederlands Hervormde Kerk te Musselkanaal
en is geschonken door de plaatsgenoten.
Foto gemaakt door Adriaan Smit.

Als de Duitsers bij de brug van Noppers zijn aangekomen, waar ook reeds het overvalcommando van Wachtmeister Rogowski de westzijde van het kanaal heeft bereikt, naderen op enige afstand twee Hollandse soldaten. Het zijn Drenth en Veenstra. Ze zien de Duitsers kennelijk voor hun eigen landgenoten aan, want ze fietsen maar gewoon door. Als de twee tot op 450 meter zijn genaderd openen de zware mitrailleurs het vuur. Drenth wordt meteen gedood. Veenstra fietst eerst weer terug in de richting van de stad, maar wordt bij de boerderij van Beenen eveneens dodelijk getroffen.

De Duitsers laten de lichamen liggen, maar laten niet na de horloges van de beide ongelukkigen af te nemen. Van hun laffe optreden mag de buitenwereld niets weten komen. Daarom wordt in het gevechtsrapport het gebeurde tot een kleine heldendaad omgetoverd:

"Na overschrijding van de middelste brug door het 1ste eskadron kreeg de spits mitrailleurvuur. De vijandelijke tegenstand wordt spoedig gebroken, enige Hollanders sneuvelden of werden gewond".

Bron:Die lange morgen in mei van Herman Brand.


Monument Musselkanaal.


Het oorlogsmonument in Musselkanaal (gemeente Stadskanaal) is een wit natuurstenen zuil in de vorm van een toorts. Op de voorzijde van de zuil is het Nederlandse wapen aangebracht. De zuil wordt omringd door een bakstenen muurtje. De zuil is 2 meter 50 hoog, 1 meter breed en 1 meter diep.

De teksten op de vier zijden van de zuil luiden:

'1940 - 1945 DEN VADERLAND GETROUWE'

'ZIJ STONDEN PAL
IN GROTE NOOD'

'ZIJ BLEVEN TROUW
TOT IN DE DOOD'

'EN VIELEN VOOR
HET VADERLAND'.

Het monument is geplaatst bij de brug 'De IJzeren Klap', gelegen aan de A-weg te Musselkanaal (gemeente Stadskanaal).

Informatie afkomstig van de gemeente Stadskanaal.

Informatie afkomstig uit de publicaties:

- Sporen van strijd in de provincie Groningen van Franz Lenselink (Groningen, Commissie 'Sporen van strijd', i.o.v. het Gemeentelijk 5 Mei Comité Groningen, april 2000). In dit boekje staat een autoroute beschreven, die voert langs sporen van de verbitterde strijd in april en mei 1945. De oplage bestaat uit 2.000 exemplaren.

- Sta een ogenblik stil... Monumentenboek 1940/1945 Wim Ramaker en Ben van Bohemen. (Kampen, Uitgeversmaatschappij J.H. Kok Matrijs, 1980).


Dit monument is geadopteerd door:

Basisschool De Musselhorst



Wie was Bernardus Drenth?

Interview met mevrouw Kremer-Drenth, zus van Bernardus Drenth door Adriaan Smit.

De 21 – jarige Bernardus Drenth woonde in Musselkanaal en werkte als landarbeider. Rond zijn 16e moesten Bernardus en zijn broer dit werk verrichtten. Oorspronkelijk was het gezin afkomstig uit Valthermond. De familie verhuisde naar Musselkanaal zodat de jongens bij boer Krops aan het werk konden. Boer Krops zorgde voor huisvesting. Het gezin Drenth bestond uit 4 broers en 4 zussen.

In tegenstelling tot zijn oudere broer werd hij in 1939 opgeroepen voor de dienstplicht. Wanneer Bernardus Drenth van verlof weer naar Coevorden vertrok, ging hij met de bus van de IJzeren Klap(*) naar Coevorden. Hij werd hier naartoe gebracht door zijn zus en vriendin. De zus van Bernardus kan zich nog goed herinneren dat ze hem voor het laatst hier naartoe bracht en hij naar hen zwaaide vanaf de spoordijk.

Volgens de zus van Bernardus konden de militairen zich moeilijk een voorstelling maken van wat er zich allemaal afspeelde in Duitsland. Men had de gedachte dat er hier toch niks zou kunnen gebeuren. Er was onder de gewone mensen weinig bekend over het grote gevaar dat er dreigde. De diensttijd was volgens Bernardus frustrerend omdat er niks gebeurde. Vooral het intrekken van verloven werd als zeer vervelend ervaren. Bernardus keek er naar uit dat hij weer eens terug kon naar huis. De militaire training die de jongens kregen was zeer matig.

In die tijd waren de verhoudingen anders dan nu. In het huidige Nederlandse leger, zullen militairen niet snel een soortgelijke opdracht als Bernardus Drenth en Jitse Veenstra krijgen. Men gaat tegenwoordig met veel meerdere manschappen en goed bewapend op patrouille. Kijk maar eens naar Afghanistan. In 1940 deed je gewoon wat een kapitein tegen je zei. Dit was in de ogen van jongens als Bernardus Drenth een zeer hoge oom. Terugkijkend op het sneuvelen van Bernardus, komen we ook tot de conclusie, dat hij tegen de verkeerde Duitsers is aangelopen. Temeer omdat andere militairen op dezelfde plek later gewoon gevangengenomen zijn.

Een zwager en twee broers van Bernardus zijn na de meidagen naar Coevorden gefietst om de begrafenis van Bernardus in Coevorden bij te wonen. 's Avonds kwamen ze met een koffertje met persoonlijke bezittingen terug. Een week later raakte de lokale kruidenier Velema met de moeder van Bernardus Drenth in gesprek. Zijn zoon was aalmoezenier in het Nederlandse leger. Via hem contacten is bewerkstelligd dat het stoffelijk overschot van Bernardus Drenth naar Musselkanaal gebracht. Er is een vereniging opgericht, die geld hiervoor bijeenbracht.

Vanaf de woning van de familie Drenth is er een stoet met de kist naar de begraafplaats van de Nederlands Hervormde kerk gegaan. Het hele gebeuren was dus niet langs officiële weg geregeld. Op de een of andere manier is er via via een plek vooraan op het kerkhof voor Bernardus Drenth geregeld. Zeer opvallend is dat op deze begrafenis bewapende Nederlandse militairen aanwezig waren, die hierbij saluutschoten hebben gebracht. Een mooi, maar ook riskant eerbetoon want wapenbezit was immers door de Duitsers verboden.


Voorjaar 1945 Bentheimerbrug.


Voor de Bentheimerbrug, foto genomen richting Duitsland.
Het vermoeden is dat de tweede van rechts zittende militair Bernardus Drenth moet zijn geweest.

Het gezin Drenth heeft de onthulling van de plaquette op de Bentheimerbrug bijgewoond. Bij de brugwachter kregen de jongens in de mobilisatietijd regelmatig een kop koffie. Diens echtgenote was ook bij de onthulling aanwezig. Opvallend is dat de familie van de andere gesneuvelde militair, Jitse Veenstra hierbij niet aanwezig was. Er is nooit contact met de familie Veenstra geweest.


*)De IJzeren Klap is de brug in het midden van Musselkanaal. Aan de Drenthe-kant van de brug staat het oorlogsmonument.

Onderscheiding Bernardus Drenth

Oorkonde Bernardus Drenth.


Oorkonde Bernardus Drenth.


Beschikbaar gesteld door de oomzegger van Bernardus Drenth, Ben Drenth.

Bijna 2200 Nederlandse militairen en eenzelfde aantal burgers hebben ten gevolge van de Duitse inval het leven verloren. Onder hen zijn de aan het Coevorderkanaal in de vroege morgenuren van de 10de mei gesneuvelde soldaten Drent en Veenstra. De begrafenis, op de morgen van de laatste oorlogsdag, is een huldebetoon aan hen die zich voor het vaderland hebben ingezet en een demonstratie van Nederlandse eensgezindheid tegen de Duitse bezetter.

Meer dan duizend Coevorders wonen de plechtigheid bij. De "Laatste Eer" heeft gezorgd voor een eerste klas begrafenis, die vanuit het ziekenhuis plaatsvindt. Daar staan bij de uitgang de zusters en de garnizoensarts dokter Beaudoin, die dan als eerste de baar volgen. Daarachter een rijtuig met familieleden van de overledenen, burgemeester Gautier, de gemeentescretaris Lamberts, de wethouders Hemel en Donker en het bestuur van de begrafenisvereniging. Het verslag van de Coevorder Courant:"In de aula sprak de burgemeester een kort woord. Hij bracht dank aan de jongens die in dienst van het vaderland hun leven hadden gegeven. Daarop werden de kisten, elk gedekt met een Nederlandse vlag en een krans levende bloemen, ten grave gedragen. De burgemeester sprak het gebed uit, waarna de heer F. Wessels de aanwezigen verzocht te zingen: "Mijn schilt en de betrouwen zijt Gij o God mijn heer". Het was een diep aangrijpend ogenblik en talrijke aanwezigen barstten in snikken uit.

Nadat de burgemeester de driekleur over de graven had uitgespreid legden de wethouders Donker en Hemel de kransen op het graf. Velen uit het publiek, die eveneens bloemen hadden meegebracht volgden hierna, waarop men diep geroerd den dodenakker verliet. Een lid van de familie Drenth dankte het gemeentebestuur, "De Laatste Eer" en speciaal de burgerbevolking voor de laatste eer aan de jongens bewezen.

Meer dan duizend mensen waren getuige van deze plechtigheid; de diepste stilte bewees hoe allen onder den indruk waren van de laatste eer, bewezen aan nagenoeg de eerste slachtoffers van den ons zo vreemden oorlog"

Uit het boek van Herman Brand, die lange morgen in Mei.

Last update: 18-08-2007 by www.herdenking.nl