Nieuwsbrief

Hou u zelf op de hoogte met onze gratis nieuwsbrief







Home Drenthe Exloo

Exloo in Oorlogstijd
Zij staken Exloo's gemeentehuis in brand.

Gemeentehuis Exloo

Zij staken Exloo's gemeentehuis in Brand.

De avondschemering was reeds over het Drentse landschap gevallen toen op 20 september 1943 in het Witterveld bij Assen tien verzetsstrijders werden gefussilleerd. Deze waren ter dood veroordeeld door het Polizeistandgericht. Hun strijd was gestreden. Drie jaar lang hadden zij zich verzet tegen het gehate Duitse juk. Tien geweerschoten betekenden even zovele slachtoffers... Tien mensen hadden het hoogste gegeven voor de vrijheid van hun medemensen...Tien Nederlanders waren gedood, omdat zij hun vaderlandse plicht hadden vervuld en weerstand hadden geboden aan de onderdrukkers, omdat zij hun overtuiging in de daad hadden omgezet.

Nog diezelfde avond werd het stoffelijk overschot van de gefussilleerden overgebracht naar Kamp Westerbork, waar zij werden gecremeerd. In de haast werd een gat gedolven in het bosje achter het crematorium. Daar vonden de tien mannen gezamenlijk hun rustplaats. Onder de gefussilleerden bevonden zich ook de mensen, die in de nacht van 18 op 19 juni 1943 de brand hadden gestoken in het gemeentehuis te Exloo.

Gemeentehuis Exloo

Sabotage arbeidersroof mislukte bij toeval.

Het waren Andries Diepenburg, gemeente-ambtenaar te Odoorn, Wessel Knot, leider van de distributiedienst te Exloo, Johannes Vis, koopman te Stadskanaal, Geert Por, ziekenverpleger te Zuidlaren, Roelof Tuin, landbouwer te Valthermond, Jans Diemer ABS-leerling te Borger en Rendert de Poel directeur van het Arbeidsbureau te Borger. Samen met nog enkele andere verzetsstrijders, die de dans op het laatste nippertje waren ontsprongen, hadden deze mannen geprobeerd de Arbeidsinsatz van de Duitsers te saboteren, een poging die achteraf evenwel volledig mislukt bleek te zijn.

Wessel Knot, een bekende figuur in de Drentse verzetswereld, was de initiatiefnemer tot het in brand steken van het gemeentehuis. Hij beijverde zich vooral voor de onderduikers en had een groot aandeel in het verspreiden van verzetskranten. Als leider van de distributiedienst te Odoorn had hij al spoedig contacten gelegd met medeverzetsstrijders uit de omgeving, al dan niet georganiseerd georganiseerd, en hun warm gemaakt voor zijn plannen. Door links en rechts zij oor te luisteren te leggen vond hij reeds spoedig mensen, die bewezen gehate tegenstanders te zijn van de Duitse overheersers.

Een van hen was de gemeente ambtenaar Andries Diepenburg, die zich reeds lange tijd verdienstelijk had gemaakt door op eigen houtje de Arbeitseinsatz vanuit zijn gemeente te saboteren.

Veel mensen konden, dankzij een tip van hem, vroegtijdig onderduiken en bleven zodoende gespaard voor Duitse werkkampen. Een nog feller Nazi-tegenstander dan Andries Diepenburg was de landbouwer Roelof Tuin uit Valthermond. Hij had reeds vele geallieerde piloten uit handen van de Duitsers weten te houden.

Naarmate Wessel Knot hulp kreeg van steeds meer personen, namen ook zijn plannen vastere vormen aan. De opzet moest haast te verwezenlijken zijn.

Een belangrijk punt van bespreking bij de eerste samenkomst van de verzetsstrijders was de moeilijkheid om in het bezit te komen van de kluissleutel. Deze moesten de mannen natuurlijk het eerst in handen zien te krijgen. Ongetwijfeld zou dit problemen scheppen. De kluisbeheerder gaf de sleutel namelijk nooit uit handen en overtuigde zich er elke avond van of de zo belangrijke deur goed afgesloten was.

Goede raad was duur. Moesten de plannen dan toch stranden? Na rijp beraad werd uiteindelijk besloten om de sleutel met een list te pakken te krijgen. Bijna was dit gelukt, maar op het laatste moment, kwam er toch nog weer een kink in de kabel. Op deze manier zou het nooit gelukken.

Wat nu? Een ding stond vast, het gemeentehuis moest ten koste van alles branden. Er zat niets anders op dan tot het uiterste te gaan. Dan maar geweld gebruiken. De plannen waren reeds in zo'n vergevorderd stadium, dat naar de overtuiging van deze mannen er niet meer mee kon worden gestopt.

Nadat men aldus tot de conclusie was gekomen, dat er niets anders op zat dan met geweld op te treden, werd besloten de kluisbeheerder te vragen op de avond van de 18e juni bij Andries Diepenburg op bezoek te komen.

Op de bewuste avond waren de zenuwen tot het uiterste gespannen. Het welslagen hing nu nog van kleine factoren af. Een klein foutje, een enkele misrekening en alle plannen zouden in duigen vallen. Zou de kluisbeheerder komen, zouden de benodigde middelen voor het aansteken van het vuur op tijd aanwezig zijn?

Afgesproken was dat Roelof Tuin er omstreeks het middernachtelijk uur voor zou zorgen, dat er voldoende benzine klaar stond op een tevoren afgesproken plaats. De taken uiterst nauwkeurig verdeeld, zodat niets aan het toeval werd overgelaten.

Langzaam verstreek de tijd...het werd zes uur.. het werd zeven uur...acht uur... De spanning steeg. Eindelijk...nadat het geduld der mannen tot het uiterste op de proef was gesteld, kwam de kluisbeheerder opdagen..Gelukkig de grootste zorg was nu voorbij!

Eerst werd geprobeerd de man van hun idealen te overtuigen, maar toen dit niet gelukte, werd hem de sleutel met geweld afgenomen. Nu was het afwachten tot het middernachtelijk uur, alvorens er verder gewerkt kon worden. Onder hoogspanning verstreek de tijd.

Geert Por en Johannes Vis zouden zich belasten met de laatste fase, namelijk het in brand steken van het gemeentehuis.Tot nu was alles precies gelopen, zoals het gepland was. Het kon niet meer mis gaan. Gespannen wachtten de mannen af.

Ontdekt

Precies op de afgesproken tijd om twaalf uur, doken twee schimmen op uit het nachtelijk duister, aan de westzijde van het gemeentehuis. Uiterst voorzichtig gingen de mannen te werk. Reeds hadden zij de benzine op de afgesproken plaats gevonden.

Met veel moeite forceeren zij een raam en verschaften zich toegang tot het gebouw, waar zij allereerst de telefoonleidingen doorsneden. Op de tast ging men toen op zoek naar de kluis, die met de verkregen sleutel gemakkelijk open was te krijgen. Nu kon het niet meer mis gaan. Haastig werd de benzine over de vloeren gesprenkeld. Daarna was het slechts een kwestie van minuten. Reeds lekten de eerste vlammen door het gebouw. Gehaast maakten Johannes Vis en Geert Por zich uit de voeten. Steeds hoger ging het vuur. Het vrat zich door het gehele gebouw heen.

Nauwgezet was alles uitgevoerd. Als het nu nog mis ging lag het niet meer aan hen. Maar wat niemand nog voor mogelijk hield, gebeurde toch: het ging mis!

Niemand had er namelijk rekening mee gehouden dat de brand zo snel ontdekt zou worden. Want nauwelijks hadden de beide brandstichters zich uit de voeten gemaakt of de concierge van het gemeentehuis ontdekte de brand. Reeds in diepe rust, was hij wakker geworden van enkele knallen, die veroorzaakt werden, doordat het vuur met de electriciteitsleidingen in aanraking kwam. Toen hij ging kijken naar wat er gaande was, ontdekte hij tot zijn grote ontsteltenis, dat het gemeentehuis in lichterlaaie stond. IJlings alarmeerde hij de brandweer, die binnen de kortst mogelijke tijd ter plaatse was.

Dit betekende het einde van de illussies van Wessel Knot's mannen. De brandweerlieden zorgden er namelijk voor dat de gehele inhoud van de kluis bewaard bleef, door de deur hiervan vroegtijdig dicht te gooien. Wat gaf het nog dat het hele gebouw in een puinhoop veranderde, nu het uiteindelijke doel gemist was.

Een der eersten die met de blussingswerkzaamheden meehielp, was de hevig teleurgestelde Wessel Knot. Toch liet hij dit niet blijken. Met volle overgave, althans voor de buitenstaanders, werkte hij mee aan de blussingswerkzaamheden.Nadat dit gebeurd was, maakte hij rapport op.

Er brak een spannende tijd aan voor de moedige brandstichters. Hoe zouden de Duitsers reageren. Deze lieten echter geen twijfel bestaan over hun bedoelingen. Steeds nauwer werden de netten aangetrokken, waarin de mannen verstrikt raakten. Er was geen ontkomen meer aan en op 20 juli werd Knot tijdens zijn werkzaamheden op het distributiekantoor gearresteerd door de SD-handlanger De Kruiff uit Assen.

Ook de kluisbeheerder werd onder arrest gesteld, maar deze verkreeg later weer de vrijheid, nadat hij tenslotte na zware verhoren de ware toedracht van de zaak bekende. Dezelfde dag nog werd Diepenburg op weg naar zijn woning door de SD gearresteerd. Ook hij werd aan de zwaarste verhoren blootgesteld.

Ontkennen was niet meer mogelijk. Het duurde niet lang meer of alle medewerkers waren een prooi der Duitsers. Deels door verraad en deels door bekentenissen werden tenslotte ook Roelof Tuin, Geert Por, Johannes Vis, Jans Diemer en Rendert de Poel gearresteerd.

Allen werden overgebracht naar het Huis van Bewaring in Assen. Tijdens de eerste zitting van het Polizeistandsgericht werden zij ter dood veroordeeld.

Een vruchtbaar leven dat zij in dienst stelden van de bewoners van de gemeente Odoorn, werd hiermee afgesneden. Zij hebben geprobeerd om hun vrienden en kennissen voor vele gruwelen te sparen.

Deze wetenschap zal omgezet moeten worden in grote dankbaarheid en medeleven met hun naasten die eenzaam achterbleven.



Verzetsgraf
Vorm en materiaal
Het verzetsgraf in Hooghalen (gemeente Midden-Drenthe) herbergt de stoffelijke overschotten van tien verzetsmensen. Op het graf is een natuurstenen herdenkingskruis met plaquette geplaatst. Voor het graf ligt een driehoekige gedenkplaat van witte natuursteen. Het gedenkteken is 1 meter 50 hoog, 3 meter breed en 2 meter diep.

Verzetsgraf

Teksten

De tekst op het herdenkingskruis luidt:

'GEFUSILLEERD 20 SEPTEMBER 1943.'

De tekst op de plaquette luidt:

'JANS DIEMER
ANDRIES DIEPENBRUG
WESSEL JAN KNOT
PIETER VAN LAARHOVEN
RENDERT DE POEL
GEERT POR
ANNE RUTGERS
JAN TOET
ROELOF TUIN
JOHANNES VIS'.

De tekst op de gedenksteen luidt:

'VERZETSGRAF

OP 20 SEPTEMBER 1943 FUSILLEERDE DE DUITSE BEZETTER TIEN VERZETSSTRIJDERS OP HET WITTERVELD BIJ ASSEN. ZIJ WERDEN DAARNA IN HET CREMATORIUM VAN HET KAMP WESTERBORK VERAST. DE STOFFELIJKE RESTEN WERDEN VERVOLGENS OP DEZE PLEK - TWINTIG METER ACHTER HET TOENMALIGE CREMATORIUM - BEGRAVEN. IN 1949 WERDEN DE URNEN BIJGEZET IN DIT VERZETSGRAF.

DAARNAAST ZIJN IN 1944 BIJ DE ACHTERMUUR VAN HET GEBOUW NOG EENS 52 MANNEN GEËXECUTEERD. HET BETROFFEN, NAAST 4 JOODSE KAMPGEVANGENEN DIE GEPROBEERD HADDEN TE ONTVLUCHTEN, ALLEN VERZETSSTRIJDERS. HUN STOFFELIJKE RESTEN ZIJN NA DE OORLOG HERBEGRAVEN IN GRONINGEN, BEILEN EN LOENEN.

DE NAMEN VAN DE GEFUSILLEERDEN ZIJN OPGENOMEN IN EEN GEDENKBOEK. DIT IS IN TE ZIEN IN HET HERINNERINGSCENTRUM KAMP WESTERBORK.'

Symboliek
Het kruis is niet alleen een symbool van het christelijke geloof, maar herinnert tevens aan het offer dat de oorlogsslachtoffers brachten voor een leven in vrijheid.

Locatie
Het monument bevindt zich aan de zuidzijde van de radiotelescopen op het terrein van het voormalige Kamp Westerbork, gelegen aan Oosthalen in Hooghalen (gemeente Midden-Drenthe).

Kijk voor routebeschrijvingen en openingstijden op de website van Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Bronnen

Drentsche en Asser Courant van 22 februari 1949;Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Dit monument is geadopteerd door:
PCbs. De Wegwijzer